Zes verwachtingen voor

de Algemene Congregatie

 

Dit interview is gegeven door pater Adolfo Nicolás op 12 december 2007 toen hij nog moderator was van de jezuïetenconferentie van Oostazië en Oceanië.

Kunnen we realistisch zijn?

Ik herinner me nog AC 34. Ik heb er uitstekende herinneringen aan, zowel van onze humor als van de uitdagingen die zich stelden. Maar we zijn niet realistisch geweest.

Stel je eens voor: 220 jezuïeten beslissen om  46 onderwerpen aan te pakken, werken gedurende 3 maanden, produceren 26 documenten en keuren plechtig 416 complementaire normen goed. We waren dan ook niet verwonderd dat er crisissen uitgebarsten zijn: crisissen omtrent de inhoud, het beheer en de hoop. En dan zeggen dat we volgend jaar met bijna 230 leden zullen zijn.
 
Ik hoop vurig dat we realistisch zullen kunnen zijn omtrent datgene wat een Algemene Congregatie echt goed kan doen, omtrent wat ze niet kan en omtrent wat ze beter over zou laten aan de verantwoordelijkheid van de nieuwe Algemene Overste en zijn equipe.

Kunnen we transparant zijn?
 
Transparantie is moeilijker geworden in de kleiner geworden wereld waarin we leven. Hoe lang is het geleden dat voor het laatst een groot leider publiekelijk ernstige zonden heeft kunnen bekennen om vervolgens zijn kudden verder te hoeden, zijn land of zijn Kerk?

En nochtans hebben wij steeds onze Algemene Congregaties aangevat met het eerlijk en vrank erkennen van onze vergissingen, onze tekorten, wat scheef gegroeid of gekwetst was in onze geest, waar nood was aan bekering, vernieuwing of radicale hervorming.
 
Ik hoop oprecht dat we dit opnieuw zullen kunnen doen.

Kunnen we ons laten begeleiden?

Tot het beste van een Algemene Congregatie behoort de gebeurtenis zelf, als “hart van de gebeurtenis”. Het is een tijd van intens zoeken en enthousiasmerend uitwisselen, waar vragen en antwoorden niet lineair komen, maar in en rondom ons dansen, op het ritme van de wederzijdse nederige en broederlijke openheid.

Ik hoop echt dat de hele Sociëteit van Jezus een dergelijke ervaring zal opdoen. Ik hoop dat wij allen actief zullen meewerken aan de voorbereiding van de Congregatie, vanuit het binnenste van onze gemeenschappelijke bekommernissen. Het gebed, de overweging en de uitwisselingen zullen dan een geschenk en een deelname zijn.

Ik hoop dat diegenen die niet naar Rome gaan de gebeurtenissen van dichtbij zullen volgen, met dezelfde hoop, dezelfde, dezelfde intense zoektocht en hetzelfde verlangen naar verandering en naar leiding door de Geest van onze Heer. Dat zal onze mooiste begeleiding zijn.

Kunnen we creatief zijn?

Ik heb het aanvoelen, ook al is het nog niet helder en moeilijk te omschrijven, dat er in ons religieus leven iets belangrijks is dat we op dit ogenblik verwaarlozen, maar dat al onze aandacht nodig heeft. Het is zeker zo dat we in het verleden met aandacht zijn omgegaan met de problemen die we opmerkten: de armoede (AC 32 in 1974 en AC 34 in 1995), de zuiverheid (AC 34), het gemeenschapsleven (Bijeenkomst van de Provinciaals in Loyola) … Maar het gevoel van onbehagen in de Sociëteit en de Kerk bestaat nog steeds.

Volgende vraag stelt zich: volstaat het dat wij tevreden zijn met ons leven en met het feit dat we de diensten die we leveren en het ministerie dat we uitoefenen verbeteren. Is het niet zo dat het gemeenschappelijk aanvoelen (de vox populi) ons duwt in de richting van een meer diepgaande reflectie over het religieuze leven vandaag? Waarom zijn er zoveel mensen die ons bewonderen en zo weinig die ons volgen?
 
Daarom hoop ik dat de 35ste Algemene Congregatie een proces op gang zal weten te brengen van dynamische en open reflectie over ons religieus leven die zou kunnen leiden tot een herstichting van de Sociëteit voor onze tijd, niet alleen voor wat betreft de kwaliteit van de diensten die we leveren, maar ook en vooral voor de kwaliteit van het persoonlijk en gemeenschappelijk getuigenis dat wij dienen te geven aan de Kerk en aan de wereld.

Kunnen we pragmatisch zijn?

Het tijdstip waarin wij en onze jongste jezuïeten leven is er een van heel snelle veranderingen. De nieuwe technologieën en nieuwe communicatiemogelijkheden kunnen echt een verschil uitmaken. Van sommige maken we gebruik maar we voelen ons niet vrij om ze alle te gebruiken. Misschien is het goed om ons te beperken in het gebruik van sommige van deze middelen, maar misschien niet. Het is zo moeilijk om te weten wat er zal gebeuren over 7 of 10 jaar.

Ik hoop dat de 35ste Algemene Congregatie  de weg zal openen voor volgende Algemene Congregaties door aan pater Generaal en zijn Raad de vrijheid te geven om de beste middelen te onderscheiden en te kiezen om de toekomstige Congregaties voor te bereiden en tot een goed einde te brengen.


Kunnen we het kort houden?

We zouden niet graag hebben dat de 35ste Algemene Congregatie een nieuwe oefening in geduld wordt. De Algemene Congregaties zijn geen geneesmiddel voor alle kwalen waarmee we geconfronteerd worden. Ze zijn heel nuttig, maar uiteindelijk zijn ze gericht op de geestelijke en apostolische groei van de hele Sociëteit.

Daarom hoop ik, ten slotte, dat we onze doelstellingen zo helder zullen kunnen definiëren en zo geconcentreerd in ons werk dat we ons werk tot een goed einde zullen kunnen brengen voor de Sociëteit en de Kerk binnen een redelijk tijdsbestek.

 
Adolfo Nicolás, sj

Laatste nieuws >>
De beste links >>
Wie is Adolfo Nicolás sj? >>
AC 35 in beeld >>
Toespraak Benedictus tot AC 35 >>
Brief Benedictus aan AC 35 >>

Adolfo Nicolás nieuwe Generaal >>

Verslag ontslag Kolvenbach >>
Samenstelling 35ste AC >>
Constituties over verkiezing Generaal >>
Portret Generaal door Ignatius >>
Provinciale congregaties in Nederland en Vlaanderen >>

Bidden met AC 35 >>


IHS > Jezuïeten wereldwijd