Gisterenmiddag, na de verkiezing, ging ik hem bezoeken in zijn nieuwe kwartieren, de beroemde kamers van de Generaal in de Curia. Hij vertelde dat hij pater Kolvenbach had gevraagd wanneer hij dit ttz, het feit van Generaal te worden ten volle zou gaan beseffen. Pater Kolvenbach had hem geantwoord: “Deze nacht”. Deze morgen was ik dan ook verbaasd toen Nico (ttz, pater Generaal) op mijn deur klopte om mij het halsbandje te schenken dat hij gebruikt had om zijn AC 35-identiteitskaart aan te hangen, vermits hij dit niet meer nodig had. Ik vroeg hem hoe hij geslapen had de voorbije nacht. Met zijn vertrouwde glimlach antwoordde hij mij: “ Heel rustig.”
Een vriend in de Heer
“Een blij, warm energiek man, met wie je je heel verbonden voelt.” Deze woorden van pater Louis Gendron, de Provinciaal van China, vatten heel goed een tweede gave samen die pater Nico meebrengt naar zijn nieuwe ambt. Pater Ben Nebres, President van de universiteit van Ateneo de Manila, spreekt in dezelfde geest:
“Waneer ik aan hem denk, komen er gevoelens van hartelijkheid en vriendschap. Pater Nico is van alles, maar boven al is hij een gezel en een vriend. Hij draagt in zich de gave van vriendschap en bemoediging van de zalige Pierre Favre. Hij is een leider die samen met ons op stap gaat en die ons zal uitnodigen om samen, in gesprek en gebed, de weg te vinden waarvan de Heer verlangt dat we die in deze tijd bewandelen.”
Met kardinaal Sing
En dit gevoel beperkt zich niet tot jezuïeten. In zijn felicitatiebrief aan pater Nicolás, beschrijft pater Gabriel Je, de afgevaardigde van de Koreaanse Provinciaal in Cambodja, het overgelukkige antwoord van een lekenmissionaris uit Hongkong die in Phnom Penh met de jezuïeten samenwerkt. Toen pater Nico vorig jaar Cambodja had bezocht had zij hem ontmoet en was zij aangenaam onder de indruk. Toe zij hoorde dat hij verkozen was tot Generaal riep zij spontaan uit: “Er is hoop voor de jezuïeten.”
Met deze warme en onthalende menselijkheid van onze nieuwe pater Generaal “ik voel me verkwikt als ik met hem gesproken heb”, zei een elector uit India mij beantwoordt hij op uitmuntende wijze aan de tweede kwalificatie die de heilige Ignatius vermeldt in zijn beschrijving van de ideale Generaal: “Vooral moeten in hem de glans van liefde voor alle medemensen, allereerst voor de Sociëteit, en de glans van ware nederigheid naar buiten stralen, die hem bij God en de mensen geliefd maken.”
Talrijke gaven wat betreft zijn persoon en zijn ervaring
Het leiden van de Sociëteit als Generaal vraagt zonder twijfel heel wat andere gaven. “Hij moet voorzien zijn van een grote intelligentie en oordeelsvermogen”, schrijft Ignatius. “Geleerdheid”, “voorzichtigheid”, “ervaring”, zijn enkele van de eigenschappen voor het bestuur die de heilige Ignatius toevoegt aan zijn lijst.
Pater Nico, de “wijze man uit het Oosten” zoals sommigen hem al noemen, is rijkelijk gezegend met zulke gaven die zowel aangeboren zijn als de vrucht van zijn ruime ervaring met verschillende culturen en van bestuur op vele niveaus. Pater Gendron merkt op dat het “nergens geschreven stond dat we iemand wilden uit het Oosten.” “Maar voor de derde keer op rij heeft de Sociëteit een missionaris gekozen, zoals pater Kolvenbach en pater Arrupe, een Westerling die het grootste deel van zijn jezuïetenleven in het Oosten heeft doorgebracht. In dit patroon is er zeker iets providentieels.
Pater Nico, Europeaan van oorsprong en vorming, met zulk een adembenemend brede culturele achtergrond en een ervaring van leiding geven in verschillende delen van Azië gedurende meer dan 40 jaar, is drager van cruciale perspectieven en gevoeligheden nu de Sociëteit van Jezus geconfronteerd wordt met belangrijke demografische wijzingen. Als professioneel theoloog met diepgang en creativiteit, heeft hij voldoende bagage om de Sociëteit te helpen in het verwoorden van betrouwbare en tegelijk verfrissende visies op onze zending en op religieus leven
vandaag. Zijn jaren als directeur (en thans voorzitter) van het Oostaziatisch Pastoraal Instituut van Manila maken dat hij een rijke ervaring heeft van respectvolle en vruchtbare samenwerking met de hiërarchieën en plaatselijke kerkleiders van vele continenten. Bovendien, het feit dat hij meerdere jaren gewerkt heeft in de pastorale zorg van kwetsbare Filippino’s en Aziatische migrantenarbeiders in Tokyo maakt dat hij bij de uitoefening van zijn ambt een bijzondere zorg zal hebben voor de armen, waarvoor de Kerk en de Sociëteit van Jezus aan de jezuïeten een voorkeursliefde vraagt. Vermits hij ook vele tientallen jaren gewerkt heeft in de steeds meer seculiere situatie van Japan, heeft hij tezelfdertijd een sterke gevoeligheid voor de uitdagingen van het ongeloof en van de religieuze onverschilligheid die de context en de uitdaging uitmaken van vele delen van de ontwikkelde wereld. Ten slotte, als voormalig Provinciaal van Japan en voorzitter van de Conferentie van Provincialen van Oost-Azië en Oceanië, en ook als voormalig hogere Overste van onze jezuïetenmissies in Cambodja, Oost-Timor en Myanmar is Nico vertrouwd met de eisen van bestuur en administratie en brengt hij deze rijke ervaring van administratie en leiderschap met zich mee in zijn nieuwe taak.
71 jaar en jong
Gisteren vertelde pater Nico mij, met een glimp van ondeugende humor op zijn lippen, dat het hem nog nooit was overkomen dat zoveel jezuïeten bezorgd vragen stelden over zijn gezondheid. Dit is natuurlijk heel normaal. Realistisch als hij is, vermeldt Ignatius een voldoende “fysieke gezondheid om zijn taak te kunnen volbrengen” als de laatste voorwaarde voor de Generaal. En Nico is 71, 72 in april. Eerlijk gezegd, zijn leeftijd was een zorg. Maar het is interessant om vast te stellen dat het voor velen onder ons duidelijk werd dat de chronologische jaren niet de meest betrouwbare leeftijdsmaat waren voor Nico. Het is een paradox dat een van de oudsten onder ons ook een van de jongsten was qua energie en geest. Iemand zei me, in bewondering, “hij heeft de geesteskracht van een jonge man”. “Ik heb nooit met iemand gewandeld die zo snel stapt. Ik moet hem vragen om te vertragen als ik met hem wandel”, zei me een Latijnsamerikaanse jezuïet.
Maar misschien is het nog het best om het woord te geven aan de jeugd. Onmiddellijk na de aankondiging van zijn verkiezing zijn de 70 scholastieken van het de Internationale Arrupe Residentie van Manila opgewonden samengekomen om verhalen en ervaringen uit te wisselen betreffende de Generaal die, tot de dag ervoor, hun hogere Overste was geweest. Deze scholastieken, twintigers uit Oost-Timor, Myanmar, China, de Filippijnen, Maleisië, Singapore, Indonesië en Thailand hebben hun vreugde en waardering uitgedrukt voor de keuze van de Congregatie. Isaias Caldas, een junior van Oost-Timor schreef het volgende aan zijn Regionale Overste, pater John Mace: “Persoonlijk ben ik enthousiast en heel blij met deze Generaal omdat het iemand is die ik zelf ken, een Generaal die ons bij een van zijn toespraken tot de gemeenschap opriep om onze geestelijke strijd groots (met een ruime apostolische horizon) te maken, niet beperkt tot onze problemen met gebed of zuiverheid, een Generaal die vraagt dat wij nu reeds nadenken over wat wij in de toekomst kunnen doen, een Generaal die verlangt dat we heel goed zouden zijn in een ding zodat we later echt nuttig kunnen zijn in ons apostolaat, een Generaal met gevoel voor humor en die vriendelijk is voor ons, scholastieken, een Generaal die me aanmoedigt om meer te lezen en te kijken naar goede filmen zoals het en goed jezuïet betaamt.”
“Omdat we arm zijn, is God onze enige kracht.”
Toen het gisterenmorgen in de Aula duidelijk werd dat Adolfo Nicolás verkozen was, en toen hij zijn plaats tussen de electoren verliet om, omringd door ons allen, te knielen en zijn geloofsbelijdenis uit te spreken, kon ik, in weerwil van mijzelf, mijn tranen niet bedwingen. Toen we die enorme last van het bestuur van de Sociëteit op zijn schouders legden, voelde ik zo’n medelijden met hem en ook zo’n dankbaarheid omdat hij bereid was deze taak op zich nemen voor het goed van de Sociëteit. En terwijl ik weende bad ik voortdurend éénzelfde zinnetje: “Heer, help Nico.”
Vandaag echter voel ik me rustiger, in het bijzonder omdat ik zie dat de Generaal zelf ook vredevol is. Deze avond is pater Generaal voorgegaan in een dankviering in de kerk van de Gesú. Zijn homilie (in het Italiaans en met enkele woorden van veritaliaanst Spaans) was diepzinnig en ontroerend, stralend van “evangelische eenvoud”, zo zei me een Europese jezuïet, “met niet één overtollig woord.” Het was een beschouwing over de Dienaar van Jahweh uit Jesaja. Waar haalt die nederige dienaar zijn kracht om te dienen vandaan? Om deze vraag te beantwoorden, vertelde Nico ons iets dat hij meegemaakt had in zijn werk met migranten in Japan. Een Filippijnse vrouw die gebukt ging onder zware problemen vertelde haar vrienden dat zij niet meer wist van welk hout pijlen te maken en dat zij de wanhoop nabij was. Haar vriendin, ook een Filippijnse migrante, zei haar eenvoudigweg: “Laten we samen naar de kerk gaan. Omdat we arm zijn, is God onze enige kracht.” Toen ik deze laatste woorden hoorde, voelde ik opnieuw dat tranen langs mijn wangen rolden. Het leek me dat pater Generaal de woorden aan deze arme, kwetsbare, diepgelovige vrouw had ontleend om over zichzelf te spreken.
“Omdat we arm zijn, is God onze enige kracht.” Het is zeker passend dat nu we God dankbaar bidden voor het geschenk van onze nieuwe Generaal, dat we ook bidden voor hem. Moge God Nico’s enige kracht zijn als hij ons leiding geeft, in wijsheid, moed en mededogen, in het dienstwerk van de Sociëteit aan “God alleen en de Kerk, Zijn bruid, onder de Paus van Rome”, ad majorem Dei gloriam.
Daniel Patrick Huang, S.J.
Provinciale Overste van de Filippijnse Provincie
20 January 2008