Jezuïeten in de kerkelijke hiërarchie

Paus Franciscus is het eerste lid van de Sociëteit van Jezus (SJ) die paus werd, maar hij is niet de eerste jezuïet die ook kardinaal, aartsbisschop of bisschop is. Hoeveel jezuïeten zijn er in de geschiedenis kardinaal, aartsbisschop of bisschop geweest en hoeveel zijn het er nu? Sinds het laatste conclaaf is Michael Charles Barber sj benoemd tot bisschop van Oakland, Californië. Zullen er meer volgen?

Behalve paus Franciscus, die kardinaal “gecreëerd” werd in 2001, zijn er nu vijf kardinalen, achttien aartsbisschoppen en 51 bisschoppen. De levende kardinalen zijn (met het jaar van hun creatie):

  • Jan Chryzostom Korec, emeritus-bisschop van Nitra, 1991.
  • Julius Riyadi Darmaatmadja, emeritus-aartsbisschop van Jakarta, 1994
  • Roberto Tucci, 2001
  • Albert Vanhoye, 2006
  • Karl Josef Becker, 2012

 

Slechts één jezuïet-kardinaal nam deel aan het recente conclaaf, namelijk kardinaal Jorge Mario Bergoglio. De andere jezuïet-kardinaal die gerechtigd was deel te nemen, kardinaal Julius Riyadi Darmaatmadja, voormalig aartsbisschop van Jakarta (Indonesië), was verhinderd wegens ziekte.

De bovengenoemde nog levende jezuïeten niet meegerekend, zijn er in de geschiedenis 36 kardinalen, 63 aartsbisschoppen en 195 bisschoppen uit de orde van de jezuïeten geweest. Deze cijfers zijn niet helemaal volledig, omdat een aantal jezuïeten (vier?) de Sociëteit van Jezus (SJ) verlieten en vervolgens kardinaal of bisschop werd en een aantal (vijf?) kardinaal of bisschop werden voordat zij intraden bij de jezuïeten.

De eerste jezuïet die kardinaal werd, was Francisco Toledo; dat was in 1593. Eén van de meest bekende jezuïeten-kardinalen is waarschijnlijk de heilige Robertus Bellarminus die kardinaal werd in 1599. Hij was de tweede jezuïet die de kardinaalshoed kreeg.

Jezuïeten-kardinalen sinds Vaticanum II - met jaar van creatie en overlijdensdatum

  • Augustinus Bea; 1959; 16 november 1968
  • Jean Danielou; 1969; 20 mei 1974
  • Henri de Lubac; 1983; 4 september 1991
  • Carlo Maria Martini (Milaan); 1983; 31 augustus 2012
  • Paolo Dezza; 1991; 17 december  1999
  • Alois Grillmeier; 1994; 13 september 1998
  • Avery Dulles; 2001; 12 december 2008
  • Augusto Alzamora (Lima); 1994; 4 september 2000
  • Adam Kozlowiecki (Lusaka, Zambia); 1998; 28 september 2007
  • Urbano Navarrete (Rome); 2007; 22 november, 2010
  • Tomas Spidlik (Rome); 2003; 16 april 2010
  • Paul Shan Kuo-hsi (Taiwan); 1998; 22 augustus 2012
  • Victor Razafimahatratra (Antananarivo); 1976; 6 oktober 1993.
  • Lawrence Trevor Picachy (Calcutta); 1976; 30 november 1992.
  • Pablo Munoz Vega (Quito); 1969; 3 juni, 1994

Jezuïeten-bisschoppen

De eerste jezuïeten die bisschop werden, leefden in de tijd van Ignatius, in 1554. Het gaat om Nunes Barreto, Andres de Oviedo en Melchor Carneiro. Ze werden gekozen “voor een noodlottige missie naar Ethiopië” in samenwerking met koning Joao III van Portugal. Alleen Oviedo bereikte Ethiopië; de missie was een totale mislukking.

Sinds de oprichting van de jezuïetenorde zijn er ongeveer 367 jezuïeten bisschoppen geweest (levende en dode bij elkaar opgeteld). De jezuïeten die kardinaal werden, vallen voor het grootste deel onder dit aantal.

Twee vragen kunnen worden gesteld over de jezuïeten in de hiërarchie van de kerk:  

1. Zullen er onder deze paus meer jezuïeten tot bisschop of kardinaal worden benoemd?                   

2. Wat is de relatie van een jezuïet die bisschop, kardinaal of paus is met de generale overste (de “generaal”) van de Sociëteit van Jezus?

Met betrekking tot de eerste vraag, citeren wij een deel van de gelofte van priesters in de jezuïetenorde bij gelegenheid van hun plechtige en laatste geloften in de Sociëteit van Jezus:

Ik beloof ook dat ik niets in het werk zal stellen om een waardigheid of verantwoordelijkheid ook buiten de Sociëteit te verkrijgen en ik zal voor zo ver dit van mij afhangt niet toelaten dat ik gekozen word voor een dergelijke taak, tenzij de gehoorzaamheid aan wie mij op straffe van zonde kan bevelen, mij daartoe dwingt. En bovendien, wanneer ik er achter kom dat iemand [een andere jezuïet] probeert één van de twee eerder genoemde zaken te verkrijgen of deze ambieert, dan beloof ik dat ik zijn naam en de hele zaak aan de Sociëteit of haar Overste zal communiceren.

Dit is gebaseerd op de Constituties van de orde van de jezuïeten (deel X, n°6 [817]), en de ervaring van de heilige Ignatius, die in een aantal brieven krachtig stelling nam tegen de benoeming van jezuïeten tot bisschop.

Maar nu een jezuïet tot paus verkozen is, is de vraag: uitgaand van onze traditie en wetend hoe Ignatius zich verzette tegen de benoeming van jezuïeten tot bisschop, zal de paus jezuïeten als bisschop aanwijzen?

De tweede vraag is: in welke relatie staat een tot bisschop of kardinaal benoemde jezuïet tot de generale overste van de jezuïeten? Om deze mogelijkheid te dekken, belooft een jezuïet:

Bovendien beloof ik dat wanneer ik,  ondanks de derde gelofte, toch tot bisschop gewijd word, niet zal weigeren te luisteren naar de generale overste van de Sociëteit van Jezus, indien hij, persoonlijk of via een ander lid van de Sociëteit, zo goed zal zijn mij van advies te voorzien.

Deze formule heeft natuurlijk geen betrekking op de mogelijkheid van een jezuïet die paus wordt! Wat is zijn relatie tot de generale overste van de jezuïetenorde? Zoals we hebben kunnen zien, nam paus Franciscus al snel na zijn benoeming tot paus contact op met pater Adolfo Nicolas, de generale overste van de jezuïeten. De twee hadden een zeer hartelijke ontmoeting.

Peter Schineller sj

Archivaris van de jezuïetenprovincie van New York