Geschiedenis

Geschiedenis

470 jaren in een notendop

Overal hebben ze gewerkt, de jezuïeten, en alles hebben ze gedaan. Schotland, Ierland, India, Japan, Brazilië, Ethiopië en China werden al bereikt tijdens het leven van de stichter, Ignatius van Loyola. En waar ze ook kwamen, ze brachten het terrein in kaart, bestudeerden de taal, verdiepten zich in godsdienst en cultuur. Wie God wil dienen in een vreemd land, moet kijken waar Hij aanwezig is.

In het verscheurde Europa was het al niet anders. De dialoog met de protestanten werd gezocht met oog op herstel; meegedacht werd er op het Concilie van Trente met het oog op hervorming. En tussen de uitersten van zorg voor pestlijders en dienst aan koninklijke hoven bouwde de orde een netwerk uit van voortreffelijke colleges met oud-leerlingen als Voltaire en Descartes, van stralende barokkerken met kunstenaars als Rubens en Bernini, van zelfs een eigen staat, in Paraguay, waar de jezuïeten een christelijk sociaal systeem invoerden onder de indianen.

Minder in het oog sprong het innerlijk doel van deze uiterlijke grootheid: mensen meer vertrouwelijk om leren gaan met God. Preken, biechthoren, retraites, vrome verenigingen, boeken, kunst, wetenschap: alles werd in hun geest en in hun handen tot middel van verkondiging.

Waar de jezuïeten in faalden, was om op de achtergrond te blijven. Zoals zij vrienden maakten in de hoogste kringen, zo maakten zij er vijanden. Hun vrienden in de laagste kringen konden niet helpen, toen de Paus in 1773 bezweek onder de druk van enkele vorsten om de orde op te heffen. Steeds bereid om te gaan waar hij hen wilde zenden, gingen de jezuïeten in ballingschap. Alleen in Pruisen en Rusland, waar het pauselijk woord machteloos was, bestonden zij voort.
Ruim veertig revolutionaire jaren later werd de orde hersteld, in 1814, door paus Pius VII. En weer trokken de jezuïeten erop uit: Amerika, India, Madagaskar, Honduras, en weer stichtten zij colleges, bouwden zij kerken volgens de laatste mode, brachten zij tijdschriften uit, radioprogramma’s, films. Zij waren erbij om mee te denken op de beide Vaticaanse Concilies en adviseerden of protesteerden tegen wereldlijk gezag. Ook hun andere oude vrienden werden niet vergeten, de armen en de zieken; voor hun werd zelfs een voorkeur uitgesproken na de religieuze vernieuwing van 1965.

Weer lukte het de jezuïeten niet om op de achtergrond te blijven. Vervolgingen en verbanningen waren het gevolg, een moment van pauselijke curatele, en meer martelaren in de twintigste eeuw dan in de andere eeuwen van haar bestaan tezamen. Hun aantal slinkt nog steeds wereldwijd en welk werk kenmerkend zal gaan worden is nog onbekend. Maar waar zal God aanwezig zijn in het vreemde land van de toekomst? De kans is in elk geval groot dat er kort daarna een paar jezuïeten arriveren om de mensen daar te helpen om meer vertrouwelijk met Hem om te gaan. Maar of het ze deze keer wel gaat lukken om op de achtergrond te blijven...?