Bidden met de Schrift

Bidden met de Schrift

De Bijbel is een boek vol verhalen en gedichten; ze zijn de neerslag van geloofservaringen, ontmoetingen van mensen met God. Bidden met een bijbeltekst kan je toelaten om op jouw beurt tot zo’n ontmoeting te komen. Hoe kan je hierbij te werk gaan?

VOORBEREIDING

Als je een stad gaat bezoeken dan kijk je even naar een kaart. Zo ook ga je de tekst – vb de evangelielezing van de dag - even verkennen van te voren. Zodoende weet je waaraan je je mag verwachten als je met de tekst gaat bidden. Je bepaalt ook van te voren de duur van je gebed. Deze laat je dus best niet afhangen van het moment.

BEGIN VAN HET GEBED

Je zoekt een rustig plekje uit. Een kaars, kruisje of icoon kunnen helpen. Je neemt een lichaamshouding aan die je helpt om tot rustige concentratie te komen, en neemt de tijd om te komen tot inwendige stilte, dichter bij de levende Heer. Misschien maak je een buiging, een kruisteken of zeg je een gebed dat je graag bidt. Als je merkt dat je echt aanwezig bent, ga je je richten tot God : je spreekt datgene uit wat op dat moment in je hart leeft. Vb dat je echt tot gebed mag komen, dat je mag groeien in vertrouwen, dat je klaarder mag zien in je leven …

HET EIGENLIJKE GEBED

Vervolgens  lees je opnieuw de tekst. Je vraagt je af : wat kan deze tekst mij vertellen? Ignatius zegt dat het niet het vele weten is wat je voldoening geeft, maar wel het aanvoelen van wat een tekst je te zeggen heeft. Hij vindt het beter dat je de tekst zin voor zin, woord voor woord, op je in laat werken. Telkens als iets je raakt, ga je daar dieper op in : wat boeit mij? Wat stoort mij? Waarom eigenlijk? Wat vertelt deze tekst mij persoonlijk, op dit moment?

Als het een verhaal betreft, probeer je je in het verhaal in te leven alsof je er zelf bij betrokken bent. Zoals bij het lezen van een roman, of het kijken naar een film. Je reageert gevoelsmatig, je leeft mee, in het bijzonder in je hart. De tekst kan dan gaan leven – in jouw leven.

Het is goed om bij één tekst te blijven. Als een tekst je niet tevreden stelt in je gebed, wil dat nog niet zeggen dat je dan maar een andere moet nemen. Ook als een tekst je niet meteen aanspreekt, kan hij je toch iets te zeggen hebben – misschien wel des te meer.

Zo kan het ook zijn dat een tekst je helemaal meeneemt. Je zou er nog wel eens mee willen bidden. Goed idee. Ignatius raadt aan om net zo lang bij een tekst te blijven, als het je goed doet. Zolang een tekst je blijft voeden, hoef je niet naar iets anders te zoeken. Je kan er rustig nog eens mee bidden. Dat is Ignatius’ principe van de herhaling : je laat dieper doordringen wat er met je gebeurde bij het overwegen van die bepaalde tekst.

EINDE VAN HET GEBED

Net zoals bij het begin van het gebed, richt je je ook aan het einde tot God : tot de Vader, de Zoon, of misschien tot Maria. Ignatius raadt je aan om te spreken “zoals een vriend spreekt tot een vriend” : je vertelt datgene wat je je hart je ingeeft te vertellen. Tot slot bid je nog een onzevader of met een ander gebed van de Kerk.