Een vrouw als jezuïet. Een geheime en gevaarlijke onderneming

za 03 mrt 2012 Leuk /
Een vrouw als jezuïet. Een geheime en gevaarlijke onderneming

In 1554 werd Johanna van Oostenrijk, een Spaanse prinses uit het Huis Habsburg, jezuïet.

In 1554 werd Johanna van Oostenrijk, een Spaanse prinses uit het Huis Habsburg, jezuïet.

In 1554 werd Johanna van Oostenrijk, een Spaanse prinses uit het Huis Habsburg,  jezuïet. Dit verhaal is weinig bekend.

Al eerder, omstreeks 1540, had Paus Paulus III  aan Ignatius te kennen gegeven dat hij Isabel Roser en twee gezellinnen moest aannemen als leden van wat een vrouwelijke tak leek van de Sociëteit van Jezus; maar deze proef duurde maar kort.

Johanna werd bijna tien jaar later lid van de orde. Toen zij zeventien was, trouwde de prinses met de troonopvolger van Portugal. Toen deze twee jaar later stierf, keerde zij terug naar Spanje. Ze was jong en beeldschoon, en zich zeer bewust van haar koninklijke positie en macht. Ook had zij talent voor regeren. Tijdens zijn verblijf in Engeland als echtgenoot van Mary Tudor maakte haar broer Philips II van Spanje haar tot regentes. Van 1554 tot 1559 was zij de feitelijke heerseres over Spanje.

Johanna had nog een andere ambitie: ze wilde jezuïet worden. Zonder iets aan haar familie te vertellen gaf zij aan Franciscus Borgias , een Spaanse grande, en jezuïet uit de eerste jaren van de Sociëteit, te kennen dat zij in de Sociëteit van Jezus wilde intreden.

Wat zij wilde  betekende een groot gevaar voor de Sociëteit. Haar vader, keizer Karel V, en broer Philips zouden woedend op haar en op de jezuïeten zijn, omdat daarmee eventuele toekomstige dynastieke huwelijksplannen niet meer konden worden uitgevoerd.

Maar toch kon de jonge, kleine en bij sommige kringen verdachte Sociëteit het zich niet permitteren haar van zich te vervreemden, afhankelijk als zij van Johanna was voor haar bestaan in Spanje.

In 1554 bestond de Sociëteit officieel pas veertien jaar, en telde toch bij Ignatius’ dood reeds een duizendtal jezuïeten. Er was een enthousiaste toestroom van mannen. Ook vrouwen voelden zich  tot de orde aangetrokken, en wilden een aparte tak van de Sociëteit onder gezag van de generaal stichten voor vrouwen, of rechtstreeks lid worden van de Sociëteit zelf.

Isabel Roser had in 1545 de eerste van deze twee mogelijkheden uitgeprobeerd. Ze kreeg de paus zover dat hij een brief schreef, waarin hij haar verlof gaf om geloften af te leggen in de Sociëteit, en aan Ignatius de opdracht, haar in de orde op te nemen. In december 1545 aanvaardde  Ignatius haar geloften en die van twee andere vrouwen, maar in de tekst van de geloften werd zorgvuldig vermeden te spreken over een intrede in de Sociëteit zelf. Deze zogenaamde vrouwen-tak van de Sociëteit had geen lang bestaan. Roser was jarenlang een groot vriendin en beschermvrouwe geweest van Ignatius, maar na haar geloftenaflegging stelde ze onmogelijke eisen, ging zij haar eigen gang, en vroeg  eindeloos veel tijd voor geestelijke leiding (meer dan alle andere jezuïeten van de  Romeinse curie tezamen). In 1546 vroeg Ignatius de paus, de weerspannige  Roser van haar geloften te ontslaan. Als resultaat van dit mislukt experiment kreeg Ignatius van paus Paulus III in 1547 een brief waarin de Sociëteit verboden werd  gemeenschappen van vrouwelijke religieuzen onder haar gezag  te nemen.

Toen kwam Johanna. Ze verlangde, en verkreeg, voor zichzelf geen aparte tak van de Sociëteit, maar het lidmaatschap daarvan zelf.Dit was een  zo netelig gebeuren dat in alle correspondentie van jezuïeten over dit onderwerp vermeden werd haar naam te noemen, en in plaats daarvan als pseudoniem  Mateo Sanchez of Montoya gebruikt werd. In verlegenheid gebracht,  gaf Ignatius een commissie de opdracht hem van advies te dienen. De commissie stelde voor, Johanna lid te laten worden van de Sociëteit als permanente scholastiek, dat wil zeggen  als echte jezuïet, maar die voor onbeperkte tijd in opleiding zou zijn. Want anders zou zij , volgens kerkelijk en burgerlijk recht, door het afleggen van plechtige geloften, voor de wet dood zijn, beroofd van al haar bezittingen en nooit meer kunnen hertrouwen.

Met de ongebruikelijke eenvoudige geloften van beperkte duur van een jezuïetenscholastiek, zou zij , zo nodig, uit de Sociëteit verwijderd hebben kunnen worden. Toen Johanna haar drie geloften als jezuïet aflegde, werd aan iedereen een strikt zwijgen opgelegd.

Johanna kon in haar levensstijl geen opvallende verandering aanbrengen. Armoede bijvoorbeeld betekende voor haar dat zij  een uiterst sober leven leidde aan haar hof, dat toch al heel eenvoudig was. Kuisheid  betekende dat ze nooit meer zou trouwen. Gehoorzaamheid – tja, uit haar brieven blijkt dat ze soms Ignatius en Borgias bevelen trachtte te geven.

Geheimhouding was geboden niet alleen omwille van Johanna’s  positie, maar ook om tot alle prijs te voorkomen dat iemand anders haar voorbeeld zou volgen. Ignatius en zijn commissie begrepen hoe moeilijk het zou zijn te reageren, mocht een menigte dames van adellijke bloede komen aankloppen bij de generaal om toegelaten te worden in de Sociëteit.

Het geheim werd zo goed bewaard dat niemand ooit een vermoeden heeft gehad. En voor zover tot heden toe bekend is leefde Johanna de rest van haar korte leven (ze stierf in 1573 op achtendertigjarige  leeftijd) als de enige vrouwelijke jezuïet.

John Padberg sj
 

Bekijk alle nieuwsberichten

Deel