Waarom zijn zoveel maankraters naar jezuïeten vernoemd?

do 14 jan 2021 Jezuïeten / Varia / Wereldwijd / Wetenschap /
Waarom zijn zoveel maankraters naar jezuïeten vernoemd?

God vinden in de ruimte? Al sinds de zeventiende eeuw verzetten jezuïeten berenwerk in de astronomie. Er werd 34 maankraters en ook asteroïden naar hen werden vernoemd.

God vinden in de ruimte? Al sinds de zeventiende eeuw verzetten jezuïeten berenwerk in de astronomie. Er werd 34 maankraters en ook asteroïden naar hen werden vernoemd.

In het jaar 1651 maakte de jezuïet-astronoom Giovani Riccioli een kaart van de maankraters en gaf er namen aan. Bovenaan zijn kaart schreef hij: “Er wonen geen mensen op de maan en ook de zielen migreren daar niet heen”. Hij was één van een hele serie jezuïeten die hun leven zouden wijden aan vragen, niet alleen over zielen, maar ook over asteroïden, meteorieten en sterren. 

In zijn toespraak tot de jezuïeten op hun 35e Algemene Congregatie in 2008 zei paus Benedictus XVI: “De kerk heeft u nodig, vertrouwt op u … om die fysieke en geestelijke plaatsen te bereiken die anderen niet bereiken of moeilijk kunnen bereiken.” Vanaf het prille begin van de orde hebben jezuïeten die fysieke en spirituele plaatsen bereikt – zelfs in de ruimte.

34 jezuïetenkraters op de maan

“Gedurende de hele geschiedenis van hun orde zijn de jezuïeten prominent aanwezig geweest in de astronomie”, zegt Robert Macke sj, een meteorietenspecialist van de Vaticaanse Sterrenwacht in Rome. De bijdragen van jezuïeten aan de astronomie zijn zo belangrijk dat 34 kraters op de maan en verschillende asteroïden naar hen zijn vernoemd, waaronder de Nederlandse pater Johan Stein (1871-1951 en de Vlaming Theodore Moretus (1602-1672).

Eén van de ​​leerlingen van Christopher Clavius sj was Galileo

Een van de grootste kraterformaties is vernoemd naar Christopher Clavius sj (1538-1612). Hij was een astronomisch en wiskundig genie en speelde een belangrijke rol bij de totstandkoming van de Gregoriaanse kalender, die tegenwoordig vrijwel overal wordt gebruikt. Tijdens zijn leven werd hij de “Euclides van de 16e eeuw” genoemd en hij schreef handboeken die over de hele wereld werden gelezen.

Eén van Clavius’ ​​leerlingen was Galileo, met wie hij interessante brieven uitwisselde. Galileo steunde ook op andere jezuïeten. Paschal Scotti schrijft in zijn boek Galileo Revisited (2017) dat “tot 1616 de jezuïeten Galileo tot grote steun waren geweest; keer op keer wendde hij zich tot hen als bakens van wetenschappelijke excellentie en integriteit in al zijn moeilijkheden”.

De ‘zaak Galileo’

Jezuïet en kardinaal Robertus Bellarminus speelde een sleutelrol in het begin van de ‘zaak Galileo’. Bellarminus werd door het Heilig Officie gevraagd om Galileo ervan op de hoogte te stellen dat hij van ketterij was beschuldigd. Hij moedigde Galileo aan om zijn heliocentrische theorieën slechts als hypothese te presenteren of om voldoende bewijs te leveren om aan te tonen dat de aarde om de zon draaide. Galileo had, hoewel hij gelijk had, niet genoeg bewijs om te voldoen aan de normen van de natuurfilosofie van die tijd.

Laten zien dat de kerk van wetenschap houdt

Meer dan een eeuw later overtuigde Roger Boscovich sj (1711-87) het Vaticaan ervan de werken van Copernicus, van wie Galileo de heliocentrische theorieën verdedigde, van de lijst met verboden boeken af te halen. Boscovich was een natuurkundige en astronoom van wie gezegd wordt dat hij een voorloper is van de atoomtheorie.

De jezuïetentraditie van astronomische ontdekkingen ging verder met Angelo Secchi sj (1818-1878). Hij was de eerste die de sterren systematisch classificeerde met behulp van spectroscopie, waarbij hij gebruik maakte van het kleurenspectrum dat die sterren uitstraalden. “Zijn classificatieschema werd later overgenomen en uitgebreid door het Observatorium van de Universiteit van Harvard om het classificatiesysteem te creëren dat nog steeds wordt gebruikt”, zegt Robert Macke sj.

Observatorium op dak Sint-Ignatiuskerk

Tijdens zijn tijd als directeur van het Romeins College bouwde Secchi een observatorium op het dak van de Sint-Ignatiuskerk in Rome. Hij bestudeerde zonnevlekken en legde belangrijke verbanden tussen zonneactiviteit en veranderingen in het magnetische veld van de aarde. Zijn boek over de zon was “een van de toonaangevende werken van zijn tijd”, aldus broeder Macke. 

De jezuïeten van de Vaticaanse Sterrenwacht bevinden zich in missiegebied

Maar de bijdragen van jezuïeten aan de astronomie zijn niet beperkt tot het verleden. Het werk gaat vandaag verder in de Vaticaanse Sterrenwacht, die aan de jezuïeten is toevertrouwd. Volgens broeder Robert Macke sj ontdekten Richard D’Souza sj en Eric Bell, zijn medewerker van de Universiteit van Michigan, onlangs dat het nabijgelegen Andromeda-sterrenstelsel ongeveer twee miljard jaar geleden samensmolt met een ander sterrenstelsel. 

Broeder Macke is geïnspireerd door zijn medebroeders-astronomen, die onderzoek verrichten op verschillende gebieden: broeder Guy Consolmagno met betrekking tot meteorieten en asteroïden; pater Richard Boyle over sterrenhopen; de paters David Brown en Chris Corbally op het gebied van sterevolutie; pater Gabriele Gionti wat betreft kwantumzwaartekracht en kosmologie; en pater Jean-Baptiste Kikwaya-Eluo over kometen en asteroïden dichtbij de aarde. 

Astronomische en mystiek

Hun werk is niet minder opmerkelijk dan dat van hun voorgangers. De International Astronomical Union vernoemde asteroïden naar: broeder Macke, broeder Consolmagno, pater Kikwaya-Eluo, pater Boyle en pater George Coyne – voormalig directeur van de Vaticaanse Sterrenwacht – als blijk van waardering voor hun bijdragen aan de verkenning van de ruimte. 

De jezuïeten van de Vaticaanse Sterrenwacht bevinden zich in missiegebied. Historicus en wetenschapsfilosoof Paul Mueller sj denk dat veel mensen in de moderne wereld de wetenschap eerder als een obstakel dan als een hulp voor het geloof beschouwen. “Maar net als jezuïeten voor ons bedrijven we samen wetenschap en bidden we samen – geen probleem. Het is onze missie om te laten zien dat de kerk van wetenschap houdt en deze waardeert.”

Kijken naar de sterren gaf Ignatius “zeer grote vertroosting”

Broeder Macke is het daarmee eens: “Ik dien als een teken dat wetenschapsbeoefening en het religieuze leven hand in hand gaan. Er is geen conflict. Mijn aanwezigheid als jezuïet en wetenschapper in het openbaar en op wetenschappelijke bijeenkomsten geeft anderen de gelegenheid mij vragen te stellen over geloof en wetenschap en hun veronderstellingen over de relatie tussen de twee kritisch te bezien.” 

Deze jezuïeten zetten een traditie voort die niet alleen astronomisch maar ook mystiek is. Ignatius, naar wie ook een asteroïde is vernoemd, schreef in zijn autobiografie dat kijken naar de sterren hem “zeer grote vertroosting” gaf. 

Kijken naar de sterrenhemel

Diego Laynez, een van de eerste jezuïeten, schreef dat Ignatius de gewoonte had om “‘s nachts het dak van het huis op te gaan, met de hemel boven hem. Hij zat daar dan rustig, absoluut stil, nam zijn hoed af en keek lange tijd naar de hemel. Daarna viel hij op zijn knieën en boog diep voor God … waarbij de tranen rijkelijk over zijn wangen stroomden.” 

Ignatius had nooit kunnen denken dat een observatorium zou worden gebouwd op het dak van een kerk die zijn naam draagt, net zo min als Giovanni Riccioli zich kon voorstellen dat een man zou lopen op de maan die hij in kaart had gebracht. Maar vijftig jaar na die “grote sprong” voor de mensheid, blijven jezuïeten verbaasd door telescopen turen en God vinden in alle ruimtes.

Infomomenten Geestelijke Oefeningen 2020-2021 3

Door William Critchley-Menor sj, gepubliceerd in America Magazine – the jesuit review.
Vertaling door Wiggert Molenaar.

Bekijk alle nieuwsberichten

Deel