Mgr Jean-Claude Hollerich sj

Aartsbisschop van Luxemburg

Jean-Claude Hollerich sj

Aartsbisschop van Luxemburg

Aartsbisschop van Luxemburg

Tot voor kort was hij vice-president van de Sophia Universiteit in Tokio. Zijn bezoek aan Parijs was een kans om hem enkele vragen te stellen.

V: Hoe heeft u de overgang van Tokio naar Luxemburg beleefd?
A: Ik ben soms verbaasd over de reacties van de mensen in Luxemburg. Ze vinden van de ene kerk naar de andere gaan te ver; we praten dan over 5 minuten in de auto. In Tokio daarentegen zitten de mensen een uur tot anderhalf uur in de trein om naar de kerk te gaan. Mensen hier realiseren zich niet hoe eenvoudig het leven is in Europa. Iets anders, waar ik de naam “cultuurschok” aan geef, is de agressie. De sociale consensus is hier niet zo groot als in Japan. De discussies, die soms erg goed en noodzakelijk zijn, worden met een zekere agressiviteit gevoerd. Je merkt het in gesprekken of meer politieke discussies, bijvoorbeeld in uitwisselingen tussen hen die een strikte scheiding van Kerk en staat voorstaan en de mensen van de Kerk. Ik ben zeer verbaasd over deze wrijvingen die zeker historische redenen hebben, maar die geen bestaansrecht meer hebben.

V: U wordt bisschop na lange tijd in academische kringen verkeerd te hebben. Hoe beleeft u deze verandering?
A: Je kunt geen bisschop zijn – 22 jaar, als ik lang genoeg leef – zonder de ontwikkelingen in de maatschappij en in de theologie goed bij te houden. Ik begin de redenen te begrijpen waarom de paus mij heeft kunnen benoemen. Natuurlijk, het nationale recht vereist dat de aartsbisschop een Luxemburger is, maar het is zeker makkelijker voor iemand van buiten dan voor iemand die altijd in Luxemburg geleefd heeft, om de realiteit van wat er gebeurt in Europa op een afstand te bezien. Dit geeft een andere kijk en de mogelijkheid om af en toe een duwtje te geven, zodat nieuwe dingen van de grond komen.

V: U bevindt zich hier in Luxemburg in een Europese omgeving, waar mensen die werken bij de Europese instellingen en de internationale financiële wereld elkaar ontmoeten. Is dit één van de milieus waar u zich in beweegt?
A: Het is een uitdaging omdat Luxemburg niet alleen de Europese Unie is; meer dan 40% van de bevolking van Luxemburg heeft niet de Luxemburgse nationaliteit. In Luxemburg-stad gaat het om 66% van de bevolking. De Kerk van Luxemburg is te veel gericht op Luxemburgers. In het verleden zijn er missies opgericht voor katholieke minderheden (uit Italië, Portugal, enz.). Deze levende gemeenschappen vormen nu de meerderheid, zoals in Luxemburg-stad. Het is belangrijk om dan nieuwe modellen te vinden, zowel voor de liturgische vieringen als voor het hele leven in de kerk. Het gebruik van verschillende talen is niet altijd gemakkelijk, maar het is de enige manier van doen.

Een sociologische studie toont aan dat Luxemburg parallelle samenlevingen heeft, maar we kunnen geen parallelle kerkgemeenschappen opzetten. Dit is een grote uitdaging. Dit najaar zal ik beginnen elke zondagavond de eucharistie in de kathedraal te vieren. Dit zal een eucharistie zijn voor alle internationale gemeenschappen. Dit is de weg die de Kerk moet volgen.

De “niet-Luxemburgse” gemeenschappen (ik probeer de term “vreemdeling” te vermijden, want die past niet bij de Kerk) zijn veel dynamischer dan de Luxemburgse. Ik verwacht van deze integratie dat de vonk van deze linguïstische gemeenschappen overspringt naar de Luxemburgse gemeenschap. In de laatstgenoemde is mijn generatie de jongste, terwijl je in de andere gemeenschappen kinderen, jongeren, jonge volwassenen enz. tegenkomt. De samenstelling van die geloofsgemeenschappen is veel gezonder dan die van de Luxemburgse. Ik ben de bisschop van alle katholieken in Luxemburg, niet alleen van de Luxemburgers.

Bekijk alle portretten

Deel