Rigobert Minani sj

Congolees mensenrechten-activist

Rigobert Minani sj

‘België en Europa  kunnen Congo wel helpen’  

‘België en Europa  kunnen Congo wel helpen’

 

Een interview met Rigobert Minani sj, directeur van het Netwerk van Congolese mensenrechtenorganisaties

Congo viert dit jaar (2010) vijftig jaar onafhankelijkheid. Met wat meer politieke wil en wat meer sérieux, zouden Europa en België Congo meer kunnen helpen dan ze denken, stelt jezuïet Rigobert Minani.

Het is altijd de moeite om te luisteren naar jezuïet Rigobert Minani, een moedige intellectueel in Kinshasa, tegelijk een van de scherpste observatoren van de Congolese samenleving. Zijn analyses zijn gedurfd en origineel. Hij is niet alleen een politiek waarnemer, hij is ook iemand die zichzelf niet spaart om bij te dragen tot een vredevoller en rechtvaardiger Congo. We ontmoetten hem midden juni in Brussel, waar hij deelnam aan de viering van vijftig jaar onafhankelijkheid, georganiseerd door katholieke organisaties – Broederlijk Delen, Caritas, Missio, Pax Christi en hun Franstalige zusterorganisties.

Nog in rouw

Minani is nog onder de indruk van de moord op Floribert Chebeya, als oprichter van ‘La Voix des Sans Voix’ een medestrijder voor de mensenrechten. Samen leidden ze Renadhoc, het netwerk van mensenrechtenorganisaties in Congo. “Wat ik vooral waardeerde in Chebeya, was dat hij volhield: veel anderen lieten zich verleiden tot een politieke carrière of gingen in ballingschap in Frankrijk of België. Maar hij was er en hij bleef.” Over de moord zelf wil Minani zich niet te veel uitspreken: “Wij zijn nog in rouw en het onderzoek loopt volop. Er blijven veel vragen, zoals: waarom nodigt de politie je eerst officieel uit om je daarna te vermoorden? Wat zit daarachter? In het beste geval kan dat leiden tot een uitzuivering van de top van leger en politiek van enkele criminele elementen.” De jongste jaren werkte Minani hard aan een vreedzame oplossing voor het geweld en de chaos in Oost-Congo.

Hoe schat hij de situatie nu in? “De toenadering tussen Rwanda en Congo veranderde de situatie op het terrein, maar leidde niet tot duurzame oplossingen”, stelt hij. “Het CNDP van Laurent Nkunda (de Tutsimacht in Congo, nvdr.) is weliswaar ontmanteld en onthoofd, maar zijn mannen maken nu deel uit van de politie en het leger en kunnen die nog altijd destabiliseren.

Het FDLR (de Hutumacht in Congo, nvdr.) heeft weliswaar slagen te verwerken gehad, maar ishelemaal niet verslagen of gedemoraliseerd.”

Eerst vrede

Voor Minani is het duidelijk: er bestaat voor dit probleem geen militaire oplossing. Alleen een politiek akkoord kan de regio stabiliseren. “Het probleem van de FDLR wordt steevast voorgesteld als een Congolees probleem. Maar eigenlijk is het een Rwandees probleem. Er moet werk worden gemaakt van een begeleide terugkeer van de Hutu’s naar Rwanda en
van de interrwandese dialoog.” Een plan daarover dat in 2005 in Rome werd uitgewerkt en waaraan Minani een grote bijdrage leverde, bleef totnogtoe dode letter. “Rwanda wilde het niet en de internationale gemeenschap heeft ondanks haar mondelinge steun aan het plan, nooit enige druk uitgeoefend op Rwanda”, stelt Minani vast.

“Nochtans is het het enige spoor die een kans op slagen biedt.” Volgens Minani sloegen de Europese autoriteiten de bal mis toen ze vorig jaar de FDLR-vertegenwoordigers in Duitse ballingschap arresteerden voor oorlogsmisdaden. “Natuurlijk is er ook gerechtigheid nodig. Maar je moet eerst tot vrede komen. En daarvoor heb je nu eenmaal gesprekspartners nodig. Nadien kan het gerecht nog zijn werk doen.”

Volgens hem is de timing vaak verkeerd. “Kijk naar wat er met het Lord Resistance Army (LRA) van Joseph Kony gebeurde. Op het moment dat zijn beweging op het punt stond een akkoord te sluiten met de Oegandezen, spreekt de internationale gemeenschap in de
eerste plaats weer over vervolgingen. Waardoor de vredesdynamiek weer volledig blokkeert, het LRA nu gewelddaden pleegt in Noord-Oost-Congo en alles van voren af aan moet beginnen.”

Geen politieke wil

Is het dan weer de schuld van de Europeanen als de dingen misgaan in Afrika? “Helemaal niet”, vindt de jezuïet. “De Europese Unie heeft al bewezen dat ze, als ze echt wil, heel efficiënt kan optreden in Congo.” Hij verwijst naar de operatie Artemis, de militaire
operatie onder EU-vlag die in de zomer van 2003 in geen tijd de orde herstelde in de woelige Ituri-regio. Of naar EUFOR, de Europese troepenmacht die in het najaar 2006 stabiliteit creëerde in Congo tijdens de verkiezingen. “De oplossingen zijn bekend, maar het ontbreekt vaak aan politieke wil.” Hij begrijpt niet dat de Europese regeringen liever veel geld blijven
storten in de geldverslindende en weinig efficiënte internationale troepenmacht van de Monuc, tegenwoordig Monusco genoemd.

Meer sérieux

En wat kan België doen, willen we tot slot weten. Minani’s voorstel is even concreet als haalbaar. “Belgische instellingen spelen een belangrijke rol in de vorming van de kaderleden die het land vooruit kunnen helpen. Maar daar laten jullie nu steken vallen: door minder
geld, minder beurzen en moeilijker procedures kunnen veel minder Congolezen hun opleiding in België volgen. Nochtans hebben wij zulke mensen hard nodig.”

En als uitsmijter: “Ook de Belgische burgerorganisaties zouden meer sérieux aan de dag moeten leggen. Ik vind het heel vermoeiend dat het personeelsverloop hier zo groot is. Dan heb je eens iemand die het dossier begint te beheersen, met wie je een relatie hebt, en als je terugkomt in België blijkt die man of vrouw alweer iets anders te doen, waardoor je met
zijn opvolger van voren af aan moet beginnen.

Spreekbuis van de ‘société civile’

Rigobert Minani wordt dit jaar, net als zijn geliefde land, vijftig. In 1987 trad hij in in de Societas Iesus. Sindsdien werkt hij als jezuïet en onderzoeker en geldt hij als een vooraanstaand figuur van de ‘société civile’, de burgerorganisaties in de Democratische Republiek Congo. Sinds 1998 coöordineert hij het Rodhecic (Réseau d’Organisations des Droits Humains et d’Education civique d’inspiration chrétienne), het netwerk van christelijke mensenrechtenorganisaties, en sinds 2001 is hij verantwoordelijk voor Cepas (Centre d’Etudes pour l’Action Sociale). Intussen richtte hij in 2000, samen met de vermoorde Floribert Chebeya het Nationale Netwerk van Congolese mensenrechtenorganisaties (Renadhoc) op. Politiek speelt Minani een belangrijke rol bij de Intercongolese conferentie van 2002, bij de monitoring van de presidentsverkiezingen van 2006 en bij de zoektocht naar duurzame oplossingen voor het aanhoudende geweld in Oost-Congo.

Jan De Volder

Bekijk alle portretten

Deel