Piet van Breemen sj over de bedoeling van het Derde Jaar

Nadat de jonge jezuïet enkele jaren als priester of als broeder volop in het werk heeft gestaan, komt de laatste fase van zijn lange vorming, namelijk het tertiaat. Het woord is een afkorting van tertia probatio, derde proeftijd. Daarbij is de tijd rond de intrede de eerste en het verdere noviciaat de tweede proeftijd.

Lees verder

Nadat de jonge jezuïet enkele jaren als priester of als broeder volop in het werk heeft gestaan, komt de laatste fase van zijn lange vorming, namelijk het tertiaat. Het woord is een afkorting van tertia probatio, derde proeftijd. Daarbij is de tijd rond de intrede de eerste en het verdere noviciaat de tweede proeftijd.

In de Constituties noemt Ignatius het schola affectus, een school van het hart. In de oorspronkelijke opzet sloot het tertiaat onmiddellijk aan bij het einde van de studies. Ignatius had zelf ervaren en bij anderen waargenomen hoe tijdens de lange en intensieve studiejaren de geestelijke ijver dreigde te verflauwen en de rationele aanpak de intuïtieve en hartelijke benadering gemakkelijk kon overwoekeren. Daarom wijdden de eerste gezellen, van wie de meesten in oktober 1536 in Parijs hun studies hadden afgerond, samen met Ignatius in 1537 in Noord-Italië een jaar aan geestelijke vernieuwing. Veel elementen van het tertiaat vindt men reeds in dat bewogen jaar 1537.

Sedert de bestuursperiode van de algemeen overste Pedro Arrupe (1965-1983) volgt het tertiaat niet meer direct op de afsluiting van de studies; daardoor valt het nu dikwijls kort voor of in het midden van het leven. Dit voegt een belangrijk aspect toe aan dit laatste vormingsjaar.

Men kan het tertiaat nu omschrijven als een spirituele sabbattijd midden in het leven. Gewoonlijk duurt het tussen zes en negen maanden. De tertiaris stapt uit zijn normale werk en krijgt de luxe van een langere bezinningsperiode. Hij kan in alle rust terugblikken op wat tot nog toe goed gelukt is en waar zijn tekorten liggen. Het tertiaat vindt plaats in een internationale groep van vijf tot negen jezuïeten onder leiding van een zogeheten instructor. Het zwaartepunt ervan is ongetwijfeld de dertigdaagse retraite, die nu met meer rijpheid en meer ervaring van het jezuïetenleven gedaan wordt dan tijdens het noviciaat. Ook kent het tertiaat een experiment, een pastoraal of sociaal practicum, dat een lacune in de levenservaring of in de spirituele ontwikkeling tracht aan te vullen. Na het tertiaat is de weg vrij voor de laatste geloften, die een sterke, definitieve binding aan de orde bewerken.