In de reeks ignatiaanse pedagogie: het gewetensonderzoek

Niet cool, toch belangrijk

Lees verder
In de reeks ignatiaanse pedagogie: het gewetensonderzoek

Niet cool, toch belangrijk

In de eerste van de vier weken van de ‘Geestelijke Oefeningen’ staat het gewetensonderzoek (levensgebed) centraal met het oog op een innerlijke bekering, om zo als een hernieuwd mens Jezus te volgen. Ignatius maakt in zijn notities een onderscheid tussen ‘dagelijks bijzonder onderzoek’ en ‘algemeen gewetensonderzoek’. Het dagelijks onderzoek omschrijft Ignatius van Loyola aldus :

‘’s Morgens bij het opstaan moet men het voornemen maken zich ijverig te hoeden voor die bijzondere zonde of tekortkoming die men wil herstellen of wegwerken’ (G.O. 24)

Ignatius stelt voor om tijdens de retraite dit onderzoek ’s middags en ’s avonds te herhalen. Dit onderzoek plaatst hij nog buiten de vier dagelijkse meditatietijden van telkens één uur die het typische ritme van de retraite uitmaken. Het ‘algemeen gewetensonderzoek’ daarentegen is gericht op het gedrag van de hele mens en omvat het nadenken over iemands gedachten, woorden en daden. In het totaal besteedt Ignatius 50 alinea’s aan dit thema wat verhoudingsgewijs veel is. In de loop der tijden heeft deze beklemtoning op zonde en bekering soms geleid tot een versombering en zelfs verduistering van de Geestelijke Oefeningen, zeker als men bedenkt dat het niet ongebruikelijk was om zich voor een groter publiek tot deze eerste week te beperken. Een bekend maar vooral hallucinant voorbeeld van deze verduistering kan men vinden in de roman van James Joyce, ‘A portrait of the artist as a young man’, waarin men vanwege deze Ierse oud-leerling een verslag te lezen krijgt van een onderdrukkende en geenszins bevrijdende ‘eerste week’.

Danken

Vandaar is het goed om – met de teksten van Ignatius voor ogen – twee aspecten van dit onderzoek te beklemtonen. Vooreerst plaatst Ignatius dit onderzoek altijd in het teken van de dankbaarheid: ‘Eerste punt. God onze Heer danken voor de ontvangen weldaden…. ‘ (G.O. 43a) Die context van dankbaarheid herhaalt Ignatius meermaals in deze eerste week. Het besef van onze tekortkomingen krijgt een heel andere inkleuring als het ingebed blijft in de dankbaarheid. Dankbaarheid is immers relationeel. Als men dit vergeet, verwordt het gewetensonderzoek binnen de kortste keren tot zelfbespiegeling, zelfbeklag of zelfbegoocheling, met alle krampachtigheid tot gevolg. Echt gebed is altijd relationeel. Ten tweede is het onderzoek altijd gericht op vergeving : ‘Eindigen met een gesprek over de barmhartigheid. In gesprek met God onze Heer zal ik Hem danken omdat Hij mij tot nu toe in leven heeft gehouden. En ik maak het voornemen mij in de toekomst met zijn genade te beteren. Onze Vader’. (G.O. 61)

Zonde en tekortkomingen zijn vandaag geen coole onderwerpen. Ze lijken te veel bezwaard met negativiteit. We willen vandaag vooral het goede in elke mens beklemtonen en sommigen onderstrepen bovendien het feit dat de overbeklemtoning van de menselijke zondigheid in het verleden te vaak als machtsinstrument heeft gediend. Dat neemt niet weg dat mensen fouten maken. Daarom is dit dagelijks gewetensonderzoek ook voor ons nog een nuttige oefening. Het is concreet en persoonlijk en vereist geen bijzondere kennis. Een ervaren jezuïet zei me ooit dat het de enige gebedsvorm is die men nooit mag laten vallen.

Ben ik wel goed bezig?

Voor ons, in het onderwijs, gaat het om een dagelijks aftoetsen of men als leerkracht ‘wel goed bezig is’. Zovele vragen kunnen opduiken die het dagelijks schoolleven verkleuren of verdonkeren en waarin menigeen zich kan herkennen : 

  • spreek ik op een andere manier over collega’s of leerlingen al naargelang ze zelf aanwezig of afwezig zijn ?
  • beklemtoon ik het negatieve of zie ik ook het positieve ?
  • eis ik alle aandacht op of kan ik ook luisteren en luister ik wel écht ?
  • beoog ik de ‘promotie’ van de anderen of slechts die van mezelf ?
  • verheug ik mij in het succes van anderen of word ik daar wrevelig van ?
  • kan ik geduld opbrengen voor anderen en voor mezelf ?
  • loop ik met de kop in de grond of sta ik open voor humor ?
  • heb ik oog voor de anderen of alleen maar aandacht voor mijn eigen agenda ?
  • beperkt zich mijn leshorizon tot de muren en het milieu van mijn school of reikt ze verder
  • is het respect voor leerlingen en collega’s alleen maar een woord of uit het zich concreet ?

 

Een minuutje per dag

Het gewetensonderzoek is binnen de Geestelijke Oefeningen een centraal begrip maar heeft om de redenen die we aangaven aan ‘imago’ ingeboet. Toch is één minuutje onderzoek per dag, onder het licht van dankbaarheid en vergeving, heilzaam. Het grote voordeel is dat het concreet is en de dagelijkse praktijk raakt in haar menselijke en ook kleinmenselijke trekjes. Eenieder kan de lijst met vragen naar eigen goeddunken wijzigen of aanvullen, maar een kort dagelijks onderzoek lijkt me voor de concrete onderwijspraktijk bepaald niet zinloos al was het maar omdat het ons helpt om niet alleen de splinter in andermans oog te zien …

Guy Dalcq

Lees meer thematische bijdragen over ignatiaanse pedagogiek