Onthulling monument slachtoffers seksueel misbruik

 

Op zondag 29 januari 2017 werd in de Petrus Canisiuskerk (beter bekend als de Molenstraatskerk) te Nijmegen een monument onthuld voor de slachtoffers van seksueel misbruik.

 

 

   

Gebrokenheid

Eerder gebeurde iets dergelijks in Nederland al in 2012 in de O.L.V-kerk te Hengelo (een kunstwerk van Frans Houben) en in 2014 in de Basiliek O.L.V. Ten-Hemel-Opneming te Maastricht (een kunstwerk van Pierre Habets). Het monument in de Nijmeegse kerk is een glas-in-lood raam van de Maldense glazenier Hans Janssen.

Gebrokenheid. Dat was het sleutelwoord dat de paters Jezuïeten meegaven aan Hans Janssen, glazenier te Malden en ontwerper en uitvoerder van het kunstwerk dat nu dient als gedenkteken in de Nijmeegse Petrus Canisiuskerk. Hoe kwam het tot stand? Het begon met een belofte van Pater Verschueren, Provinciale Overste van de Jezuïeten in Nederland,  aan de “Lotgenotengroep Canisiuscollege” om een monument op te richten voor de slachtoffers van seksueel misbruik. Dit als aanvulling op de persoonlijke gesprekken die in de periode daarvoor gevoerd waren en tot een overeenkomst en verbeterde verstandhouding hadden geleid.

Waarschijnlijk hadden lang niet alle slachtoffers zich immers gemeld. Waarschijnlijk waren zelfs niet alle slachtoffers ‘overlevers’ te noemen. Niemand mocht worden vergeten, dat was belangrijk. Vandaar een gedenkteken: een kunstwerk waar je niet zomaar aan voorbij loopt. De afmetingen mochten stevig zijn, het materiaal moest echter kwetsbaar zijn en transparant: vandaar de keuze voor glas.

Waarom in een kerk?

Waarom hangt het juist in een kerk? Een kerk is een plaats voor liturgie en godsverering, maar ook een plaats waar mensen met hun gebrokenheid terecht willen kunnen. Juist omdat er voor kwetsbaarheid in de buitenwereld zo weinig plaats is, brengen mensen die graag voor God. Het is ook niet toevallig dat het in de Canisiuskerk terecht is gekomen in de hal: een doorgangsplek, een plaats op de drempel tussen binnen en buiten. Zo is het ook bereikbaar voor wie moeite heeft de kerkruimte zelf binnen te gaan.

Ook ‘gewone kerkgangers’ voelen zich verraden en gekwetst. Verraden door de misdragingen van sommige van hun pastores uit het verleden: zelfs al hebben we het over uitzonderingen, iedere dader is er één teveel. Kerkgangers voelen zich wellicht ook gekwetst ook door soms verbeten reacties van de media. Maar ze weten ook dat deze pijn in geen verhouding staat tot het leed dat de slachtoffers van misbruik hebben ondergaan.

Erkenning

Veel mensen zouden het liefst dit stuk van het verleden achter zich willen laten. Maar het is belangrijk om het aanwezig te houden: om zelf alert te zijn en om de slachtoffers erkenning te geven. Het Evangelie zelf vraagt ons, als christenen, om gebroken en uitgesloten mensen niet over het hoofd te zien. Als we de centrale boodschap van het Evangelie verwaarlozen - namelijk de gebroken medemens te erkennen als onze naaste die onze zorg behoeft - dan wordt het woord van de kerk (en waarschijnlijk ook de kerk als gebouw) leeg en hol.

Het gaat er niet om het verleden achter ons te laten maar om een nieuwe toekomst op te bouwen: een toekomst waarin met machtsongelijkheid (die nu eenmaal ook in het pastoraat voorkomt) wordt omgegaan op een manier die transparant en veilig is voor iedereen.

Johan Verschueren sj  en Theo van Drunen sj