Ignatius vertelt – over de vreugde van een leven in armoede

Bedelend bracht Ignatius met drie vrienden veertig dagen door in het Italiaanse Vicenze. Een leven in armoede. En juist daardoor kwamen steeds meer mensen met interesse luisteren naar hun preken. 'De armoede had ons vrij gemaakt.'

Lees verder

Bedelend bracht Ignatius met drie vrienden veertig dagen door in het Italiaanse Vicenze. Een leven in armoede. En juist daardoor kwamen steeds meer mensen met interesse luisteren naar hun preken. ‘De armoede had ons vrij gemaakt.’

Vreugdevolle dagen in Italië

Een van de meest vreugdevolle periodes van mijn leven waren de maanden dat we in de Venetiaanse republiek moesten wachten op een reismogelijkheid naar het Heilig Land. Op 24 juni 1537 waren we met zeven in Venetië tot priester gewijd. En vermits het wachten op een schip wel enige maanden zou duren, besloten we ons heel ernstig voor te bereiden op het vieren van onze eerste heilige Mis.

We verspreidden ons, telkens met twee of drie, in één van de steden van de republiek: zélf ging ik met Favre en Laynez naar Vicenza. We vestigden ons in het vervallen klooster San Pedro zonder deuren of ramen, niet ver van de stad. Eerst zouden we ons door gebed voorbereiden, veertig dagen lang. De gedachte aan het priesterschap was voor mij een voortdurende bron van innerlijke vreugde. We leefden heel arm: twee van de drie gingen voedsel bedelen, maar kregen zo weinig dat we er nauwelijks van konden leven. Enkel wat geroosterd brood was onze dagelijkse kost.

Innerlijke vrijheid van een leven in armoede

Na die veertig dagen begonnen we op de pleinen te preken. Ondertussen had Codure zich bij ons gevoegd. Ook al leek ons Italiaans nergens op, meer en meer mensen kwamen naar onze preken luisteren, in het begin wat nieuwsgierig, maar na een tijdje meer en meer uit overtuiging. Ik heb altijd het gevoel gehad dat ze bléven komen, niet alleen om wat ze hoorden, maar ook omdat ze ons zagen leven, arm en toch zo gelukkig. Ze gingen dan ook wat meer geven op onze bedeltochten… De armoede had ons vrij gemaakt, innerlijk maar ook vrij van alle mogelijke kerkelijke en andere instanties. We hadden het gevoel een beetje te leven zoals de apostelen ten tijde van Jezus en de eerste Kerk.

Maar ook omdat ze ons zagen leven, arm en toch zo gelukkig

Iets van de vreugde die wij daar hadden ervaren klinkt nog door in de stichtingstekst van de Sociëteit van Jezus, precies waar we het hebben over de armoede: ‘We hebben uit ervaring geleerd dat een leven ver van alle hebzucht en zo dicht mogelijk bij de armoede van het evangelie vreugdevoller, zuiverder en vruchtbaarder is. Bovendien weten we dat onze Heer Jezus Christus het nodige aan voedsel en kleding geeft aan zijn dienaren die alleen het Rijk Gods zoeken. Daarom beloven we, elk afzonderlijk maar ook als groep, armoede-voor-het-leven.’

Jezus als arme en vernederde Heer

Dat we daar in Noord-Italië arm waren gaan leven, was geen toevallige beslissing. Het had alles te maken met onze roeping Jezus achterna. Ik had gaandeweg Jezus leren kennen als de arme en vernederde Heer : God die zich arm maakte om aan ons gelijk te worden. Hoe zouden wij dan aan Hem gelijk kunnen worden, zonder zelf arm te worden. Lees er mijn Geestelijke Oefeningen maar op na ! ‘De Heer moest geboren worden in uiterste armoede, om na zoveel honger, dorst, hitte en kou, beledigingen en aanvechtingen te hebben doorstaan, te sterven aan het kruis. En dat alles voor mij’ [116], zo lees je bij de beschouwing van de geboorte. En bij het lijdensverhaal uit het evangelie lees je: ‘Ik breng mij tot smart en pijn en gebrokenheid door mij dikwijls de zware lasten, de vermoeienissen en de smarten van Christus onze Heer in het geheugen te brengen, die Hij geleden heeft vanaf het moment dat Hij geboren werd tot aan het geheim van het lijden waar ik nu gekomen ben’ [206].

De evangelische armoede begint in het eigen hart: geen prestatie, maar gave en overgave

Maar ook de verhalen over heiligen die ik in Loyola las, hadden me laten zien hoever je kon gaan in het volgen van de arme Jezus. En ik wilde al die heiligen nog overtreffen ook. In die eerste periode was mijn armoede toch meer een prestatie waarover ík fier kon zijn! In Manresa heeft God zelf me geleerd dat evangelische armoede in het eigen hart begint: geen prestatie, maar gave en overgave. De innerlijke armoede opent je voor het mysterie van Gods menswording, en het mensgeworden Woord wordt de kracht die je in staat stelt om te kiezen voor – ook materiële – armoede.

Rijkdom als oorzaak van verval in de Kerk

Maar in al mijn omzwervingen in Europa en het Heilig Land had mij nog iets anders getroffen: was rijkdom niet de oorzaak van veel ambitie en verval in de Kerk? Je kon er niet naast kijken. Ook dit vind je als een rode draad in mijn Geestelijke Oefeningen terug: vaak heb ik het over kerkelijke inkomsten. En in de overweging van Twee Standaarden [136-147] beweer ik zelfs dat een ongeordende gehechtheid aan bezit – wat dit bezit ook moge zijn – de wortel is van veel kwaad in de wereld, in de Kerk en in het eigen hart. Daarom ook vraag ik met aandrang te bidden dat de Heer ons mag kiezen om Hem in zijn armoede te volgen [147].

Maar in mijn lange pelgrimstocht zijn het ook de vele armen geweest – bedelaars, zieken, gevangenen, prostituees, verlaten kinderen – die mij op de weg van de arme Jezus hebben gehouden. In 1547 schreef ik aan mijn medebroeders in Padua: ‘Zo belangrijk zijn de armen in Gods oog, dat speciaal voor hen Jezus Christus naar de wereld is gezonden: ‘Vanwege de ellende van de behoeftigen en het klagen van de armen, ga Ik me nu verheffen, spreekt de Heer (ps 12). En elders: ‘Hij heeft mij gezalfd om aan de armen de Blijde Boodschap te verkondigen’ (Lc 4,18), een woord waaraan onze Heer herinnert, wanneer Hij aan Johannes de Doper laat antwoorden: ‘Aan de armen wordt de Blijde Boodschap verkondigd’ (Mt11,5). Onze Heer gaf dermate de voorkeur aan de armen boven de rijken, dat Hij zijn volledige apostelcollege uit de armen koos om met hen te leven en zich met hen te verbinden, om hun de leiding over de kerk toe te vertrouwen en hen de twaalf stammen van Israël te laten oordelen – dat wil dus zeggen – uit alle gelovigen zullen juist de armen zijn vertrouwelingen zijn. Tot zo’n hoogte heeft hij de stand van de armoede verheven! Vriendschap met de armen maakt ons tot vrienden van de eeuwige Koning.’

Het maakt je vrij, het maakt je gelukkig

Ik was eigenlijk ontroerd toen ik zag hoe die 223 jezuïeten in Algemene Vergadering in 1995 bijeen te Rome precies die passage uit mijn brief aan de communiteit van Padua citeerden in hun centraal document : ‘In dienst van Christus’zending’ [33].

Ik hoop uit de grond van mijn hart dat al wie vanuit mijn spiritualiteit wil leven, het hart van een arme mag hebben om zó een hart voor de armen te hebben. Geloof me: het maakt je vrij, het maakt je gelukkig!

IGNATIUS