Nikolaas Sintobin sj

Internetpastor

Nikolaas Sintobin sj 1

Foto Jaco Klamer

Nikolaas Sintobin, "internetjezuïet' in Amsterdam

Nikolaas Sintobin, “internetjezuïet’ in Amsterdam

Nikolaas Sintobin onderhoudt websites als gewijderuimte.org, verderkijken.org en biddenonderweg.org. Rien van den Berg maakte onderstaand interview met hem, gepubliceerd in het Nederlands Dagblad, in maart 2017.

Amsterdam

Op een unieke plek zitten ze, de paters Jezuïeten in Amsterdam. Eind negentiende eeuw bouwden ze hun kerk De Krijtberg aan het Singel in Amsterdam. De Vlaming Nikolaas Sintobin neemt alle trappen omhoog in het statige grachtenpand, totdat eindelijk, helemaal bovenin, zijn eigen kamer bereikt is.

De bekendste jezuïet van dit moment is ongetwijfeld paus Franciscus. Volgens Nikolaas Sintobin begrijp je niets van de paus als je niet beseft dat hij jezuïet is. En dan ontrolt zich een gesprek over wat jezuïeten zijn, over Ignatiaanse spiritualiteit, paus Franciscus, over internet en de lijdenstijd, en over protestanten.

In de kamer van Nikolaas Sintobin staan tegenover elkaar twee identieke stoelen, over allebei is een grijs-gestreepte plaid gedrapeerd, een paardendeken haast. Maar die soberheid is dan ook het enige dat aan een klooster doet denken. Paters jezuïeten leggen de klassieke kloostergeloften af (gehoorzaamheid, zuiverheid en armoede), maar houden geen gemeenschappelijke gebedstijden, en ze zwerven door de hele stad. Nikolaas Sintobin: ‘Natuurlijk is er altijd ook gerichtheid op persoonlijk zieleheil. Maar onze orde is opgericht met als doelstelling – heel algemeen – om de zielen te helpen. Mensen helpen om te doen wat hen meer mens maakt. We hebben broeders die onze kerk in de lucht te houden, ik werk op internet, een derde is aan het promoveren. Gisteren trof ik in ons huis in Leuven Marc Desmet, een jezuïet-geneesheer …’

U was een getalenteerd rechtenstudent. U had dus advocaat-jezuïet kunnen worden.

‘Er zijn jezuïeten advocaat. Maar hier is dat niet zo zinvol. Hier heb je allerlei mensen die voor vluchtelingen en kansarmen werken. Maar in India heb je meerdere jezuïeten die voor kastelozen werken. Wij moeten doen wat helpt voor de zielen, en als het even kan dat wat anderen níét doen. We hebben geen vast apostolaat.’

U bent een intelligent en energiek mens, maar ook u bent geen spons die je eindeloos kunt uitknijpen. Hoe zorgt u voor uw eigen ziel?

‘Je krijgt als jezuïet opdrachten in de wereld. Voor je eigen ziel zorg je door een verzorgd gebedsleven en door het gemeenschapsleven, maar het werk is centraal. Ik heb gewerkt als docent, nu internetpastor, geef vormingen, heb met drugsverslaafden gewerkt, met daklozen … Ik ontvang ook heel veel door wat ik doe. Morgen mag ik de pastorale raad van het bisdom Antwerpen meenemen op een middag over onderscheiding van de geesten. Daar vragen ze een jezuïet voor natuurlijk, en ik vind dat leuk. In gesprek gaan, luisteren, samen nadenken … dat is geven maar ook ontvangen.’

Waarom vragen ze daar een jezuïet voor?

Wij leren mensen vragen te stellen, en zelf antwoorden te vinden. Een jezuïet zal nooit zeggen: dit moet je zien, dit moet je voelen, dit moet je denken. Onze spiritualiteit is in zekere zin leeg. Het is geen leer, geen inhoud. Het boek De geestelijke oefeningen van de stichter van onze orde, Ignatius van Loyola, is heel technisch, eerder een methode. Het is een uitnodiging om zelf aan de slag te gaan, zelf te ervaren, zelf te voelen wat het betekent voor jou.’

Jezuïeten stellen altijd de kritische vragen, leggen zich nooit neer bij vanzelfsprekendheden. Dat klinkt heel gereformeerd in de oren. ‘Niet voor niets is Ignatiaanse spiritualiteit zo in bij protestanten. Het is Bijbels, héél Bijbels, en het nodigt uit om de persoonlijke godsrelatie, meer nog de onbemiddelde, rechtstreekse godservaring te ondergaan.’

Jullie zijn ook de dwarskonten van de kerk?

‘Nee. We zijn kritisch, niet dwars. We gaan zo ver als nodig is. Ignatius zegt: als er een gelofte is waar jezuïeten in moeten uitmunten, is het gehoorzaamheid. Maar tegelijk worden we uitgenodigd om alles te zeggen tegen onze overste. En dat bij herhaling te zeggen. De houding van de jezuïet is er een van kritische loyaliteit. Op heel veel plaatsen zijn het de jezuïeten die de vervelende dingen zeggen, die de vragen durven oproepen. Ze hebben geleerd om tegen de haren in te strijken.’

De paus stelt kritische vragen aan zijn kerk, en laat het ook graag bij vragen stellen.

‘Je kunt paus Franciscus niet begrijpen los van zijn ignatiaanse spiritualiteit. Hij is onvoorspelbaar.

Jezuïeten proberen te werken via de spiritualiteit van de onderscheiding van de geesten. Dan weet je niet waar je uitkomt. En dat is heel lastig in een cultuur waarin we alles willen controleren.’

De paus laat als jezuïet de kern leeg?

‘Paus Franciscus laat mensen nadenken. Hij schrijft niets voor, hij stelt vragen, hij roept vragen op. Ignatiaans is: in dat spanningsveld gaan staan, je voelhoorns uitsteken, en zelf antwoorden vinden. Het kompas zit in jezelf. In je hart.’

Het is wel een heel intellectuele aanpak. Niet iedereen zal die methode waarderen.

‘Hoeft ook niet. Sommige mensen worden er gek van, letterlijk. Voor hen zijn er alternatieven. Sommige spiritualiteiten zijn meer voorgekauwd. Dat mag ook.’

Uw bediening ligt nu bij het internet. Is internet een schijnwereld?

‘Elke wereld kan een schijnwereld zijn. De digitale wereld ook. En misschien is het in een ditigtale omgeving makkelijker om in fake terecht te komen. Omdat je zelf helemaal de baas bent, en voor een scherm zit, en niet in levenden lijve, oog in oog met andere mensen in contact komt. Onze uitdaging, als christenen, is zorgen dat er echt contact mogelijk wordt. En dat is mogelijk, Ik weet dat uit de reacties op onze lijdenstijdretraite. Dertienduizend deelnemers. Oude nonnetjes schrijven over de verrijking van hun gebedsleven. Een vrouw mailde in telegramstijl: ‘Sta hier op perron. Trein net gemist. Hypergestresseerd. Sta vijf dagen achter met gebedsmails. Heb er drie gelezen. Voel rust in mijn hart komen. Dank.’ Iemand mailde: ‘Zit in de trein, net de podcast beluisterd. Dankjewel!’

Dertienduizend mensen. Die passen niet in een gemiddeld kerkgebouw.

‘Maar juist omdat het internet fake kan worden, is het voor ons heel belangrijk om bruggen te maken naar de fysieke wereld. Ik spreek, als het over internet gaat, niet meer over de virtuele wereld. Internet is reëel geworden. Op alle momenten van ons moderne leven speelt internet een rol. Ook in de religieuze wereld. En dat is maar goed ook.’

Hoezo?

‘Ik kondigde de veertigdagenretraite aan, en binnen twee minuten kreeg ik een reactie uit Taiwan: dankjewel! Je helpt dus een Nederlandstalige die actief is aan de andere kant van de wereld. Dankzij internet. Stokoude mensen, die hun appartementje niet meer uit komen, volgen de retraite op hun iPad. Jongeren die in hun dorp, op hun school de enigen zijn die geloven, die nauwelijks een gemeenschap hebben waar ze bij kunnen aansluiten, daar is iets mogelijk door de digitale omgeving. Maar we bieden heel bewust uitwisselingsgroepjes aan. Mensen die fysiek samenkomen. In een kerk, in huiskamers, om samen te bidden.’

Werkt dat?

‘Ja, op heel diverse manieren. Ik kreeg een tijd geleden een mail waarin een vrouw schreef dat ze het er opnieuw op wilde wagen. Ze had een dementerende man. Nu komen bij haar thuis mensen samen, een vluchteling, een blinde … twaalf zielen, dertien ongelukken. En tegelijk krijg ik een reactie uit het regeringscentrum in Brussel: wij gaan eraan deelnemen met minister x, en met parlementslid x. Dankzij internet zijn alle mogelijkheden open.’

Internet heeft geen muren.

‘Ook geen kerkmuren. Alles wat wij maken is evident katholiek. We verbergen dat niet. Maar veel mensen die ons weten te vinden, zijn protestants. We houden daar wel rekening mee. Onze website gewijderuimte.org biedt de mogelijkheid om elke dag de naam van de heiligen van die dag in te vullen. Daar ga ik voorzichtig mee om. Ik noem alleen de grote heiligen. Er zijn oneindig veel heiligen, maar op onze site nemen we terughoudendheid in acht. Kijk, de verdeeldheid is er. En die gaat nog lang blijven, denk ik. Maar als wij op een pad van verzoening kunnen wandelen, en leren van elkaar, dan kunnen we veel bereiken. We hebben elkaar nodig. Want zo talrijk zijn we niet.’

Bekijk alle portretten

Deel